De natuurlijke gang van het leven
Dieren die je jaren kent en maar af en toe ziet, doen je nadenken over het leven.
Positive vibes

Bij de meeste mensen ben ik al geruime tijd de vaste oppas voor hun diertjes. Drie à vier jaar en dit enkele keren per jaar. Het flatteert me en het is ook een bevestiging dat ik naar alle waarschijnlijkheid mijn werk goed doe. Hun vertrouwen heb ik verdiend en vica versa. Met de meesten is er ook een ‘band’ ontstaan.
Voor zowel de dieren, de mensen als mezelf zijn dit altijd zeer fijne oppasperiodes. Mensen moeten niets meer uitleggen. Je bent als oppasser eigenlijk al kind aan huis. Op voorhand weet ik wat ik kan verwachten. Of juist niet. De dieren herkennen me en het vertrouwen groeit. Het is een bekroning op mijn werk, inzet of geduld wanneer de meest teruggetrokken kat bij mij komt liggen en geniet van de knuffels, de aaitjes, de aandacht. Zoals Obi.
De andere kant van de medaille
Allemaal goed nieuws en positieve vibes. Maar toch een klein ander puntje dat de minder leuke kant of de meest emotioneel aangrijpende kant van de medaille laat zien. Zo ben ik al jaren de vaste oppas van Obi. Een lieve zwarte kat die redelijk in het vlees zat. Ze was tien jaar toen ik haar voor het eerst zag. Wanneer je als oppas start bij een volwassen dier van bijvoorbeeld vijf of tien jaar jong, dan blijft ze ook gedurende al die jaren vijf of tien jaar. In je hoofd. Maar ook de gezondheid blijft redelijk stabiel in deze adult-fase. Misschien slaapt ze iets meer, of speelt ze geen al te wilde spelletjes meer of is ze wat rustiger. Maar dat is nooit echt opvallend of onrustwekkend. Het is eerder alsof het diertje van ‘puber’ naar ‘volwassen’ gedrag evolueert. Evolueren… het dier evolueert nog.
Tot een moment dat je – voor de oppasperiode begint – een berichtje krijgt dat de kat des huizes – Obi – toch ‘oud’ geworden is op korte tijd. En als oppas denk je dan: het wel zal meevallen. Want baasjes zijn dikwijls heel bezorgd of overbezorgd.
En er breekt iets in mij wanneer ik na enkele maanden voor het eerst terug de deur opendoe. En dat ze daar komt aangewandeld. Iets minder stabiel. Een beetje vermagerd. Haar vacht niet meer glanzend alsof het geboend en gepolijst was, maar iets doffer en stekeliger. Mijn hart breekt een beetje wanneer Obietje langs haar trapje op de zetel naast mij komt liggen en niet meer een grote sprong van de grond op de zetel neemt. En Obietje, ze geniet, ze eet, ze drinkt, ze wandelt, … . Ze leeft.
Inzicht
Hard om te zien deze ‘aftakeling’. Je weet: dit wordt niet beter. En toch: dit is de natuurlijke gang van het leven. Op een moment maak je de overstap van evolutie naar involutie of devolutie.